Background Image

Oprecht

gefocust

Tweede Voortgangsrapportage Wet DBA

De wet DBA met bijbehorende modelovereenkomst blijft voer voor veel discussie. Er ging de afgelopen weken geen dag voorbij zonder dat de wet DBA en staatssecretaris Wiebes in het nieuws waren. Op 19 september dit jaar kwam Wiebes met zijn eerste voortgangsrapportage over de nieuwe wet. Twee maanden later, 18 november 2016, verstuurde Wiebes zijn tweede voortgangsrapportage naar de Tweede Kamer. Belangrijkste boodschap is wel dat de handhaving op de wet DBA wordt opgeschort tot 1 januari 2018. Opdrachtgevers, opdrachtnemers (ZZP'ers) hebben wat meer tijd om met elkaar tot zaken te komen, zonder dat je een boete of nafheffing kunt krijgen. 

In deze bijdrage gaan we in op wat punten uit deze voortgangsrapportage van Wiebes. 

Geruststelling na onrust en onzekerheid
Staatssecretaris Wiebes begint zijn brief met een geruststelling in deze onrustige en onzekere tijden voor opdrachtgevers en opdrachtnemers. Wiebes begrijpt dat de zorgen ingrijpend zijn. Hij wil daarom zo snel en zoveel mogelijk onzekerheid wegnemen. Het kabinet gaat de knelpunten oplossen. Grote vraag is hoe? 

Geen handhaving tot 1 januari 2018
Wiebes geeft aan dat de handhaving van de wet DBA is opgeschort tot 1 januari 2018. Dus tot die tijd zal de Belastingdienst geen onderzoeken doen, boetes en naheffingen opleggen. De overheid heeft zo meer tijd om nog een goed na te denken over de wet DBA. En opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen nog eens goed met elkaar in gesprek om alsnog zaken te gaan doen.

Dit onder het motto: voor het kabinet staat voorop dat echte ondernemers moeten kunnen ondernemen. Wiebes heeft drie knelpunten geconstateerd die hij in zijn brief verder uitwerkt. 

1. Opdrachtgevers zijn terughoudend met inhuren
Tot vorig jaar was er de VAR-verklaring. Opdrachtgevers waren gevrijwaard op het moment dat achteraf werd vastgesteld dat er toch een dienstbetrekking was. Veiligheid en zekerheid vooraf. Met de wet DBA is die vrijwaring deels weg en is een grijs gebied ontstaan. Wiebes is helder: we moeten zekerheid geven aan opdrachtgevers over de aard van de arbeidsrelatie die zij aangaan met een opdrachtnemer. Hoe? Dat moeten we nog afwachten.

2. Onderscheid tussen ondernemerschap en dienstbetrekking
Er is onduidelijkheid over de begrippen 'dienstbetrekking' en 'zelfstandigheid'. Wiebes geeft ook hier weer aan dat de VAR vrijwaring gaf. Opdrachtgevers hoefden zich dus niet te verdiepen in deze begrippen en de juridische gevolgen daarvan. Nu moet dat wel en dat zorgt voor onvrede. Wiebes wil daarom begrippen gaan herijken. Denk aan 'vrije vervangbaarheid' en 'gezagsverhouding'. Ze moeten beter aansluiten bij de arbeidsmarkt en bij de huidige maatschappelijke ontwikkelingen. Hoe? Dat moeten we afwachten.

3. Opdrachtgevers vinden arbeidswetgeving knellend
Soms is gewoon duidelijk dat iemand een dienstbetrekking heeft. In de periode van de VAR-verklaring konden deze 'werknemers' toch als opdrachtnemer werken door de vrijwaring voor de opdrachtgever. Nu met de wet DBA stoppen bedrijven hier uit zichzelf al mee. Dan neemt men deze mensen liever in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst. Netjes premies afdragen. Geen last van de Belastingdient. Maar welk probleem komt er dan om de hoek? Sinds de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) vorig jaar in werking is getreden is de ketenbepaling veranderd. Teruggeschroefd. Een werknemer krijgt nu een stuk sneller een vast contract. Voor werkgevers is dat inflexibel. Wiebes gaat daar actie op ondernemen. Er moet meer flexibiliteit komen. Hoe? Dat wachten we nog even af.

Overig
Verderop in zijn brief geeft Wiebes nog aan dat hij duidelijkheid wil gaan geven wanneer het gebruik van een (model)overeenkomst nodig is. Maar vooral ook wanneer dit niet nodig is.

Wilt u de brief van Wiebes met de tweede voortgangsrapportage zelf rustig lezen? Klik dan op deze link.

Foto: ZZP Barometer

Deel deze blog