Background Image

Slagvaardig

en betrokken

Studiekostenbeding advocaat-stagiair(e)? Nietig!

Een advocaat-stagiaire is per 1 juni 2022 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij een advocatenkantoor. Tijdens haar stageperiode wordt zij meermaals gewaarschuwd dat zij al haar e-mails, brieven en processtukken door haar patroon moet laten controleren. Ondanks de waarschuwingen diende de stagiaire toch een akte in bij de rechtbank. Ontslag op staande voet volgde. De advocaat-stagiaire startte een procedure. 

En ineens ging het ook over het studiekostenbeding. Daar gaat deze bijdrage over.

Studiekostenbeding en Wet transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden

Hoe zit het ook alweer met studiekosten? Sinds 1 augustus 2022 geldt de Wet transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden. Die wet had gevolgen voor studiekosten en studiekostenbedingen waarin afspraken stonden over terugbetaling. Voordat we deze zaak bespreken eerst nog de belangrijkste artikelen uit artikel 7:611a Burgerlijk Wetboek (BW):

“Lid 1: De werkgever stelt de werknemer in staat scholing te volgen die noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn functie en, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden verlangd, voor het voortzetten van de arbeidsovereenkomst indien de functie van de werknemer komt te vervallen of hij niet langer in staat is deze te vervullen.
Lid 2: Wanneer de werkgever op grond van toepasselijk Unierecht, toepasselijk nationale recht, een collectieve arbeidsovereenkomst, of een regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan verplicht is zijn werknemers scholing te verstrekken om het werk waarvoor zij zijn aangenomen uit te voeren, wordt de in lid 1 bedoelde scholing kosteloos aangeboden aan de werknemers, beschouwd als arbeidstijd en, indien mogelijk, vindt deze plaats tijdens de tijdstippen waarop arbeid verricht moet worden.
(…)
Lid 4: een beding waarbij de kosten van scholing als bedoeld in lid 2 worden verhaald op of verrekend met geldelijke inkomsten uit hoofde van de dienstbetrekking van de werknemer, is nietig.”

Ontslag op staande voet stagiaire

Wat gebeurde er bij de advocaat-stagiaire? Zij werd op staande voet ontslagen omdat ze tegen de instructies van haar werkgever in handelde. De gegeven reden voor ontslag sluit aan bij artikel 7:678 lid 2 sub j BW: 

“wanneer hij hardnekkig weigert te voldoen aan de redelijke bevelen of opdrachten, hem door of namens de werkgever verstrekt.”

Uit de feiten blijkt dat de stagiaire meermaals erop is gewezen dat zij al haar stukken door haar patroon moet laten controleren. Op 2 mei 2023 is zij hier nogmaals nadrukkelijk op gewezen, waarbij ook werd vermeld dat zij anders op staande voet zou worden ontslagen. Ondanks de officiële waarschuwing diende zij één dag later een akte in bij de rechtbank zonder dat deze door haar patroon is gecontroleerd. De kantonrechter ging niet mee in de verweren van de stagiaire. De ernst van de dringende reden weegt op tegen alle verweren. 

Financiële afrekening

In de procedure ging het vervolgens over de financiële afrekening van het dienstverband. De stagiaire wilde doorbetaling van salaris e.d. Het advocatenkantoor vorderde een gefixeerde schadevergoeding en terugbetaling van de opleidingskosten voor de Beroepsopleiding Advocaten (BA). En wat was het verweer van de stagiaire? Dat beding is nietig en ik hoef dus niets terug te betalen. Hoe zit het met deze studiekosten? Hoe oordeelde de kantonrechter?

Beroepsopleiding & studiekostenbeding

Een advocaat-stagiair(e) moet gedurende stageperiode de Beroepsopleiding Advocaten volgen. In veel arbeidscontracten van advocaat-stagiaires is een vorm van een studiekostenbeding opgenomen.  De hoofdlijn is dat wanneer de advocaat-stagiair(e) binnen een bepaalde tijd het kantoor verlaat, hij of zij (gedeeltelijk) de studiekosten moet terugbetalen. 

In deze zaak was in artikel 11 van de arbeidsovereenkomst van de stagiaire opgenomen dat zij bij ontslag wegens een dringende reden (ontslag op staande voet) alle kosten voor de Beroepsopleiding Advocaten moet terugbetalen. En dus moet de stagiaire betalen, zo stelde het kantoor.

Oordeel kantonrechter – verplichte scholing

De kantonrechter gaat hier niet in mee en gaat dan in op artikel 7:611a BW. Zoals hierboven al weergeven moet een werkgever op grond van artikel 7:611a lid 1 BW zijn werknemer in staat stellen om scholing te volgen die noodzakelijk is voor de uitvoering van zijn functie. De verplichte scholing moet kosteloos worden aangeboden. De uitzondering is als voor het verkrijgen of behouden of vernieuwen van een beroepskwalificatie eerst een beroepsopleiding moet worden gevolgd. 

Dan denk je: advocaten moeten eerst de beroepsopleiding volgen. En dus mag je wél een studiekostenbeding afspreken. Maar de kantonrechter oordeelde verder. De kantonrechter stelt dat die uitzondering bij een advocaat-stagiair(e) niet van toepassing is. Waarom? 

Een advocaat-stagiair(e) moet op grond van artikel 8c lid 1 sub c van de Advocatenwet binnen drie jaar de beroepsopleiding voor advocaten hebben afgerond. Als niet aan deze voorwaarde wordt voldaan, wordt de advocaat van het tableau geschrapt. De opleiding is noodzakelijk voor de functie waarvoor de werknemer is aangenomen. Het is geen startkwalificatie; de opleiding hoeft namelijk niet te zijn afgerond voordat de werknemer als advocaat kan starten. Het gevolg is dat de Beroepsopleiding Advocaten valt onder de hoofdregel van artikel 7:611a lid 2 BW. 

De kantonrechter oordeelt daarom dat het studiekostenbeding nietig is. De advocaat-stagiaire is niet verplicht om de studiekosten terug te betalen aan haar oud-werkgever. 

Wat betekent dit voor de advocatuur?

Het studiekostenbeding is vaak bij advocaat-stagiaires in de arbeidsovereenkomst opgenomen. De advocaat-stagiair(e) bevindt zich in een afhankelijkheidspositie. Een stagiaire zal het niet altijd fijn vinden om voor zichzelf op te komen in het kader van een arbeidsovereenkomst. Hiervoor is een belangrijke rol voor de Nederlandse Orde van Advocaten weggelegd. De Orde checkt voor de beëdiging de arbeidsovereenkomst van de advocaat-stagiaires. De Orde zou hier een helder standpunt over kunnen innemen en dit kunnen publiceren. 

Wat betekent dit voor de praktijk?

Verder is het ‘gewoon’ weer een uitspraak over de houdbaarheid van een studiekostenbeding. Voor bedrijven en organisaties is het opnieuw het signaal: als je een werknemer een opleiding gaat laten volgen en je wilt afspraken maken over het studiekostenbeding, check dan goed artikel 7:611a BW en bepaal of je een studiekostenbeding mag afspreken. Deze uitspraak van de advocaat-stagiaire laat zien dat ook meespeelt of er sprake is van een startkwalificatie of niet. 

De beschikking van de kantonrechter in Rotterdam van 16 januari 2024 (ECLI:NL:RBROT:2024:400) leest u hier.

Post & Bouter Advocaten in Barneveld
Arbeidsrecht| Studiekostenbeding

Deel deze blog